
Het is een bijbelse traditie dat gasten worden gezien als boodschappers van God. En soms als de Heer zelf.
We zien gasten vaak als mensen die ons iets komen vragen: onderdak, voedsel, aandacht, contact. Maar een gast is ook iemand die iets komt brengen. De gast is een geschenk, Gods gave.
Dat zijn mooie woorden en gedachten. Maar nu de concrete werkelijkheid. De telefoon of de bel gaat of er komt een mailbericht binnen, van iemand die iets van mij wil. Dat is mijn eerste indruk. De kunst is me daarover heen te zetten en proberen te onderkennen hoe de komst van de ander een gave is. Zelfs als ik de ander om serieuze reden niet van dienst kan zijn, is het gepast dat met respect en een goed woord (benedicere) te laten weten. Want iedere gast, zo stelt de regel van Benedictus, moeten we met deemoed (53,6) en met goede zorg (53,9) tegemoet treden. Zo houdt iedere gast ons een spiegel voor.
En dan maar hopen dat onze gasten ook in ons de Heer zien, zoals een broeder benedictijn een keer verzuchtte.
Bron:
"Gezegend leven" door Wil Derkse